Zie je ineens geen vogels meer in de tuin, dan is dat in de meeste gevallen volkomen normaal en tijdelijk. De meest voorkomende oorzaken zijn genoeg voedsel in de natuur, de rui waarin vogels zich schuilhouden, het broedseizoen, de aanwezigheid van een kat of roofvogel, of vogelvoer dat niet aanslaat door de plek of de kwaliteit. Vaak keren de vogels vanzelf terug zodra het natuurlijke voedsel schaarser wordt of de omgeving weer veilig aanvoelt. In deze blog leggen we uit waarom het gebeurt dat je ineens geen vogels meer in je tuin ziet, wat je er direct aan kunt doen en hoe je voorkomt dat je tuin leeg blijft.
Een stille tuin
Je liep altijd met plezier je tuin in, met vrolijk gefluit van koolmezen, een scharrelende merel of een roodborstje dat je gezelschap hield. En dan opeens stilte. Geen vogels op de voederplek, volle vetbollen die blijven hangen en strooivoer dat blijft liggen.
Dat voelt gek, en veel vogelliefhebbers maken zich er zorgen over. Het goede nieuws? In verreweg de meeste gevallen is er niets ergs aan de hand. Vogels zijn gewoontedieren, maar ze reageren sterk op de seizoenen, op voedselaanbod en op veiligheid. Verandert er iets in een van die drie, dan passen ze hun gedrag razendsnel aan. Hieronder lopen we de oorzaken langs, zodat je precies weet in welke situatie jij zit.
Waarom zie je ineens geen vogels meer in de tuin?
-
Er is volop natuurlijk voedsel
Dit is verreweg de meest voorkomende reden, vooral in de late lente en zomer. Als de natuur bol staat van insecten, zaden, bessen en rupsen, hebben vogels jouw voederplek simpelweg even niet nodig. Ze kiezen dan voor het versere natuurlijke aanbod. Zodra dit in het najaar en de winter opdroogt, komen ze bijna altijd terug.
-
Het broedseizoen is bezig
In het broedseizoen, grofweg van maart tot en met juni, zijn vogels drukker met nestelen en het grootbrengen van jongen dan met jouw voederplek. Ze focussen dan bovendien vooral op eiwitrijk, zacht voedsel zoals insecten en meelwormen om hun jongen te voeren. Grote, harde stukken zoals hele pinda’s laten ze links liggen, die zijn zelfs gevaarlijk voor jonge vogels.
-
De rui
Na het broedseizoen, meestal in de nazomer, ruien veel vogels, ze vervangen hun verenpak. In die kwetsbare periode houden ze zich opvallend stil en verstopt, omdat ze minder goed kunnen vliegen en zich extra kwetsbaar voelen voor roofdieren. Je ziet en hoort ze dan veel minder, terwijl ze gewoon in de buurt zijn.
-
Een kat of roofvogel in de buurt
Voelt een voederplek onveilig, dan mijden vogels hem. Een kat die geregeld op de loer ligt of een roofvogel die de tuin heeft ontdekt, kan ervoor zorgen dat vogels binnen een paar dagen wegblijven. Vogels zijn slim, één slechte ervaring is genoeg om een plek voorlopig te mijden.
-
Je vogelvoer werkt niet, door plek, soort of kwaliteit
Blijft je voer onaangetast, dan ligt het vaak niet aan de vogels maar aan het voer of de plek. Veelvoorkomende oorzaken:
- De plek is te open of te druk. Vogels willen dekking in de buurt (een struik of boom) om snel te kunnen schuilen. Een voederplek midden op het gazon voelt onveilig.
- Verkeerd voer voor jouw vogels. Niet elke vogel eet hetzelfde. Zonder het juiste voer voor de soorten in jouw buurt blijft het rustig.
- Voer van mindere kwaliteit. Goedkoop voer met veel vulmiddelen (zoals grote hoeveelheden goedkope granen) wordt vaak links gelaten. Vogels zijn kieskeuriger dan je denkt.
- Bedorven of oud voer. Vochtig, beschimmeld of ranzig geworden voer wordt gemeden en is bovendien schadelijk voor vogels.
-
Weer en seizoen
Bij zacht winterweer hebben vogels minder bijvoeding nodig dan bij vorst en sneeuw. Juist tijdens koude, witte dagen zie je de drukte op de voederplek enorm toenemen, omdat natuurlijk voedsel dan onbereikbaar is.
-
Ziekte in de omgeving
Soms blijven vogels weg door een uitbraak van ziekte onder een populatie (bijvoorbeeld onder groenvinken of mezen). Dit is minder vaak de oorzaak, maar goed om te weten. Een schone voederplek is dan extra belangrijk om verspreiding te voorkomen.
Grootverpakkingen
Gedroogde meelwormen
Gedroogde meelwormen
Strooivoer – Gepelde Zonnebloempitten met Meelwormen (onkruidvrij)
Grootverpakkingen
Hoe voorkom je een lege tuin in de toekomst?
Een tuin die het hele jaar door vogels trekt, ontstaat niet vanzelf. Met een paar vaste gewoonten hou je het aantrekkelijk:
- Voer het hele jaar door bij. Vogels wennen aan een betrouwbare voederplek. Blijf je consequent bijvoeren, dan blijven ze terugkomen. Met een grootverpakking zit je nooit zonder.
- Speel in op de seizoenen. Bied in het najaar en de winter vet- en eiwitrijk voer aan om vogels hun vetreserves te laten opbouwen, en in het broedseizoen zacht, eiwitrijk voer voor de jongen.
- Gebruik een goed voedersysteem. Een stevig voedersysteem of voederhuisje houdt het voer droog, schoon en beschermd tegen ongenode gasten.
- Maak je tuin vogelvriendelijk. Struiken, bomen en inheemse planten bieden dekking, nestgelegenheid en natuurlijk voedsel.
- Hang nestkasten op. Met de juiste nestkasten geef je vogels een reden om zich blijvend in jouw tuin te vestigen.
- Houd het schoon. Een schone voederplek en drinkbak voorkomen ziekte en zorgen dat vogels graag terugkomen.
Doe je dit consequent, dan wordt jouw tuin een vaste pleisterplaats, het hele jaar door meer leven en kleur.
Dat je ineens geen vogels meer in de tuin ziet, komt meestal doordat er volop natuurlijk voedsel is in de zomer, doordat vogels in de rui of het broedseizoen zitten, of doordat de voederplek onveilig aanvoelt door een kat of roofvogel. In de meeste gevallen keren de vogels vanzelf terug zodra natuurlijk voedsel schaarser wordt of de omgeving weer veilig is.
Nee, dat er even geen vogels in je tuin zijn is meestal niet erg. Het is een natuurlijk en tijdelijk verschijnsel dat samenhangt met de seizoenen en het voedselaanbod. Blijf gewoon bijvoeren met vers voer, dan komen de vogels vrijwel altijd vanzelf terug naar je tuin.
Als je vogelvoer niet gegeten wordt, ligt dat vaak aan de plek die te open of onveilig is, aan de voersoort die niet past bij de vogels in jouw buurt, of aan de kwaliteit van het voer. Kies een beschutte plek bij struiken, bied gevarieerd en hoogwaardig voer aan en ververs het regelmatig.
Het vinden van een nieuwe voederplek kan een paar dagen tot enkele weken duren. Vogels zijn voorzichtig met nieuwe plekken, dus volhouden en het voer vers houden is belangrijk. Geef ze de tijd om de plek te ontdekken en te vertrouwen, dan komen ze vanzelf steeds vaker langs.
De minste vogels op de voederplek zie je in de late lente en zomer, wanneer er volop natuurlijk voedsel zoals insecten, zaden en bessen is en vogels bezig zijn met broeden en ruien. In de herfst en winter neemt de drukte op de voederplek weer sterk toe, omdat natuurlijk voedsel dan schaarser wordt.
Ja, een kat trekt vogels weg uit de tuin wanneer die geregeld op de loer ligt, want vogels kunnen dan binnen enkele dagen wegblijven. Zorg daarom voor een veilige, beschutte voederplek waar katten niet ongemerkt kunnen aansluipen, bijvoorbeeld hoog geplaatst of met vrij zicht op de omgeving.


